De Pyreneese Herder

Met zijn roots in het Franse deel van de Pyreneeën is de Pyreneese herder een echte werkhond. Kenmerkend voor dit bijzondere ras zijn een pientere snuit, een onvoorstelbare energie en een hoge aaibaarheidsfactor.

Karakter

Met de aaibaarheid kan het in de praktijk soms wel eens tegenvallen. De rassenstandaard vermeld: levendig, plooibaar en soms wantrouwend naar vreemden. De kans is dus aanwezig dat je als onbekende een Pyreneese herder wilt aaien ze dat niet willen. Zijn pientere snuit is de verpakking van een intelligentie waar je U tegen zegt. Deze intelligentie zit in het ras verankerd. Juist dit maakt dat de Pyreneese herders leergierige en werkwillige hondjes zijn die een hekel aan saaiheid hebben. Een Pyrenee kan je uitproberen rond etenstijd door constant de aandacht op te eisen.

Uiterlijk en verzorging

De Pyreneese herder is geen grote hond. De gemiddelde schofthoogte is ongeveer 45 centimeter. De honden komen voor in de kleuren zwart, harlekijn, gestroomd en fauve in verschillende tinten. De lange vacht heeft niet veel onderhoud nodig: kammen en af en toe de klitten verwijderen. Er bestaan twee varianten qua beharing. De poil long en de face rase. De face rase heeft duidelijk minder beharing op zijn kop en snuit. De face rase heeft ook een ander karakter. Zo nu en dan moeten er soms nagels geknipt worden. De Pyreneese herder heeft een dubbele Hubertus klauw, deze moet ook worden geknipt. Dat kun je zelf doen, een dierenarts of honden trimster.

Een gezinshond

De Pyreneese herder heeft over het algemeen niets tegen kinderen maar dan moet de hond wel goed gesocialiseerd zijn. Wat voor veel mensen misschien kan, is dat de hond met het kind in de mand of bench ligt. Een hond word ook vaak als een levendige knuffel gezien voor kinderen. Niet doen, al lijkt de hond nog zo aaibaar, het blijft een hond die altijd probeert in rangorde omhoog te komen. Voorkom een bijt incident. Als de hond op zijn eigen plekje ligt te slapen maak de kinderen dan duidelijk dat ze er bij weg moeten blijven zodat het voor hun ook veilig is. Pyreneen zijn gevoelig voor stemmingen. Ze kunnen er niet tegen dat je schreeuwt, ook al is het niet tegen hun. Ze zijn hier erg gevoelig voor. Je kunt ook met een zachte dwingende stem je commando’s geven.

Wat verwacht een Pyreneese herder van zijn baas

Een zachte maar duidelijke opvoeding. Laat een pup vele leuke ervaringen opdoen met mensen, andere dieren, gekke harde en zachte geluiden en zoveel andere dingen waarvan je zegt dat is leuk. Vind je hond het eng, geef hem/haar rustig de tijd zodat ze het kan observeren. Ga er met kleine stapjes naar toe en je zult zien dat je Pyrenee er de volgende keer zo langs gaat. Vergeet natuurlijk niet te belonen. Dat kan met een aai over de bol, stemgeluid of een koekje. Doe dit gevarieerd zodat je hond niet elke keer een koekje verwacht. Een Pyrenee gaat voor je door het vuur als je geduld hebt, van wat er van ze word verwacht. Een Pyrenee vind eten zeer belangrijk. Dat komt omdat ze erg actief zijn, wat veel brandstof vraagt. Maar toch worden ze snel te dik. Pas hier voor op!!

De ideale baas

De ideale baas beschikt over tijd en zin om met de hond bezig te zijn, samen te genieten van de humor en de stoute streken van een Pyrenee. Ook vind hij of zij het niet vervelend dat er smerige poten op de kleding, schone vloer of bankstel komt. De ideale baas vind het ook niet erg dat de jas of tas word doorzocht naar hondenkoekjes of dat er in een onbewaakt moment de restjes van de maaltijd van de tafel worden gegeten. Als er bezoek komt dat deze meestal luidruchtig wordt begroet. Kun je niet tegen drukte en lawaai moet je niet aan dit ras beginnen.

Als je net als wij, verliefd bent op dit ras met al zijn streken en andere dingen zul je er altijd van blijven genieten zodat je nooit meer wat anders wilt.

De training

Daar sta je dan op het trainingsveld van de hondenschool. Vol goede moed ben je met je hond op cursus gegaan. Een beetje Algemeen Beschaafd Honds is immers voor jouw viervoeter niet verkeerd. Daar denkt jouw schattebout echter anders over.

Met vier poten, staart en kop spartelt hij wild in het rond. Hij ziet van alles, vindt alles leuk en trekt uit alle macht om er heen te gaan. Maar wat hij ook ziet, de baas negeert hij. En dan zegt zo’n trainer doodleuk dat je zijn aandacht moet vragen! Da’s makkelijker gezegd dan gedaan!

Vervolgens moet je wandelen zonder dat je hond aan de riem trekt. Nou, zodra je één teen beweegt, schiet hij er van door. Zucht, hoe breng je dat beessie nou een beetje fatsoen bij? Is het eigenlijk wel aan jouw hond besteed? Zeker wel! Je moet er alleen even de tijd voor nemen en wat begrip opbrengen voor jouw stuiterbal. Hieronder volgen enkele tips om de opvoeding van jouw hond tot een succes te maken.

Elke dag even oefenen
Het spreekwoord luidt: ‘Herhaling is de kracht van de boodschap’. Daarmee wordt vaak bedoeld: als je dingen maar vaak genoeg doet of zegt dan komt het wel over. Dit geldt zeker voor he opvoeden van honden. Met één keer in de week naar de hondenschool krijg je je hond niet gehoorzaam. De tijd tussen de trainingen is te groot en de hond is dan alweer vergeten wat de bedoeling is. Het beste resultaat krijg je als je vaak, liefst elke dag, gedurende korte tijd traint. Elke dag 5 of 10 minuten, later een kwartier. Het is verbazingwekkend hoe snel ze dan leren!

Niet te lang doorgaan
Soms zijn er bazen, die bij een bepaalde oefening denken: ‘ik ga net zo lang door tot hij het kent’. De kans is echter groot dat de hond na een paar herhalingen zijn interesse verliest of gefrustreerd raakt. Het is immers niet leuk steeds hetzelfde te moeten doen? Zeker niet als je als hond eigenlijk niet snapt waarom je het over moet doen. Was het niet goed dan? Daardoor wordt hij onzeker of dwaalt zijn aandacht af. Hij leert vervolgens steeds slechter of helemaal niet meer. Beter is het om oefeningen alleen te herhalen als:
1. De hond het nou eenmaal erg leuk vindt
2. De hond het nog niet snapt (doe de herhaling dan niet hetzelfde maar iets simpeler)
3. Je de oefening iets moeilijker maakt (in het geval de makkelijkere variant door je hond goed uitgevoerd wordt)
Ging de oefening niet goed, herhaal dan NIET op dezelfde manier. Dan gaat het immers op dezelfde manier weer fout. Zorg dat er iets gewijzigd is in die herhaling, bv minder afleiding, duidelijker commando, makkelijkere oefening. Het voordeel van steeds een beperkt aantal herhalingen en dan pas weer een volgende dag verder gaan is, dat de hond de kans krijgt om erover ‘na te denken’. Vaak blijkt dat de hond het dan ineens een stuk beter doet. Het is net of hij de trainingservaring heeft moeten verwerken om te begrijpen wat er van hem verwacht wordt.

Geduld
Dit is één van de belangrijkste zaken bij het opvoeden van een hond. Verwacht niet dat hij de dingen na één of twee keer snapt. Een hond verstaat geen mensentaal. Hij leert alleen dat bepaalde klanken betekenen dat er een bepaalde oefening van hem verlangd wordt. Vergelijk het eens met jezelf als je in een ver vreemd land bent. Iemand van de plaatselijke bevolking spreek je in het Abracadabra-taaltje aan. Reken maar dat het even duurt voor je door hebt wat de bedoeling is! En dan hebben mensen nog eens veel meer verstandelijke vermogens van een hond. Het kost het arme beest echt wel even wat hoofdbrekens voor hij door heeft wat de bedoeling is.

Rustige omgeving
Kinderen op school moeten stil zijn als de leraar iets uitlegt. Immers, als alle leerlingen door elkaar aan het kletsen zijn hoort niemand meer wat de leraar zegt en leert dus niemand iets. Zo werk het ook met honden. Ga niet met een hond trainen op een plek waar andere honden lekker met elkaar aan het ravotten zijn. Ga ook niet oefenen terwijl de kinderen er telkens tussendoor lopen, om snoep vragen, tikkertje aan het spelen zijn etc. Een blijf-oefening doen op een plaats waar konijnen voorbij rennen of fietsers/joggers voorbij komen is ook niet slim. Kies een moment en een omgeving, die rustig genoeg is om de hond niet af te leiden. Beheert hij de oefening goed, dan kun je wat afleiding inbouwen als extra moeilijkheidsfactor. Uiteindelijk kun je die blijf-oefening ook doen tussen de fietsers/joggers, maar pas als je hond de oefening in een rustige omgeving goed beheerst.

Verwacht in het begin geen wonderen
Je ziet het zo vaak: een jonge hond is lekker aan het spelen met een andere hond. De baas heeft hem al 5 keer geroepen en loopt langzaam rood aan van ergernis. Hij begint steeds herder te brullen en te schelden. ‘Hij weet heel goed wat het commando HIER betekent, maar hij is gewoon eigenwijs!’, moppert de baas. Hij vergeet echter dat zijn hond nog jong is en dat de prikken van een speelkameraadje heel sterk is. De jonge hond is niet eigenwijs en wil best gehoorzaam zijn, maar de verleiding is gewoon eventjes te groot. Als de baas rustig en vriendelijk met de hond blijft oefenen, wordt de band met zijn hond steeds sterker. De hond komt dan minder snel in de verleiding om iets te doen wat de baas niet wil. De meeste honden w orden ook iets rustiger als ze volwassen worden. Uiteindelijk komt het allemaal best goed. Zoals we echter van een klein kind niet verwachten dat die al dikke moeilijke boeken kan lezen, zo kunnen we van een jonge hond niet verwachten dat die al perfect gehoorzaam is.

Maak het leuk
Even terugkomend op de brullende baas met de jonge hond, die niet komt. Stel nu dat die baas ineens heel vrolijk gaat doen en het lievelingsspeeltje van zijn hond tevoorschijn tovert. Er is dan een reële kans dat zijn hond wel bij hem komt. Jonge honden worden aangetrokken door het spel en plezier. Als dat bij de baas te vinden is, dan wordt het ineens erg leuk om bij de baas te komen. Ook voor andere oefeningen geldt: hoe meer spel en plezier je er in brengt. Hoe leuker de honden de oefening gaan vinden en hoe sneller ze het aanleren.

Als het maar steeds niet lukt
Soms lijkt het of een hond te dom is om een bepaalde oefening te leren. Of het is net of hij het niet wil. Probeer begrip voor de hond op te brengen. Waarom lukt het niet? Is er een specifiek onderdeel van de oefening waar hij moeite mee heeft? Heeft hij slechte ervaringen met iets, wat hem belet de oefening goed uit te voeren? Heeft hij een fysiek probleem, waardoor hij de oefening niet kan uitvoeren? Of leggen we het niet duidelijk genoeg aan onze hond uit? En misschien vragen we wel teveel tegelijk van de hond. Als je begrijpt waarom het niet lukt, kun je vaak ook bedenken hoe je het kunt oplossen. Bespreek het ook eens met de trainer. Die is er voor opgeleid. Bovendien weten twee meer dan één. Je doet de hond geen recht door te zeggen ’die hond leert het toch niet’ en vervolgens te stoppen met trainen.

Humor
Een hond heb je om er plezier aan te beleven. Hoewel trainen een serieuze aangelegenheid is, zijn er wel vaak komische momenten. Probeer deze momenten te zien en op hun waarde te schatten. Op deze manier hou je plezier in de training en dat straal je naar je hond uit. Trainen wordt dan een aangename bezigheid voor beiden en geen drilpartij met het mes op tafel. Train serieus, maar met humor!

En daar sta je dan …met je super-enthousiaste hond in de les. Alle hondjes gedragen zich, maar die van jou dus niet, ondanks dat je toch de hele week braaf geoefend hebt. En thuis ging het echt heel goed! Maar de les is weer één grote puinhoop. Hoe ga je daarmee om?
LES 1: BLIJF VOORAL HEEL RUSTIG! Een simpel advies, maar o zo moeilijk als je hond daar als een idioot staat te springen en te keffen. Maar toch is dit het allerbelangrijkste! Laat je niet opfokken door je hond, want daar wordt hij alleen maar drukker van. Probeer zoveel mogelijk rust uit te stralen. Maak met je houding duidelijk: “je kunt zo gek doen als je wilt, maar ik trap er niet in, ik ben hier de baas en ik vind dat er hier niks is om je over op te winden.” Desnoods draai je je rug naar de hond als hij tegen je aan gaat springen. Ga in geen geval de hond met je handen afwerken! Dat wordt namelijk een geweldig leuk spel: de hond springt en de baas duwt terug. Niet intrappen! In plaats daarvan draai je weg bij de hond en laat hem desnoods naast je meelopen, liefst met enige aandacht. Loop daarbij een beetje van de groep weg, dan heb je meer kans dat je de aandacht van je hond krijgt. Doe eventueel een rustig trekspelletje of gebruik wat voer om de aandacht vast te houden. Laat hem liggen, laat hem staan … kortom houd hem bezig! En áls je dan iets van aandacht van je hond hebt of hij doet iets wat op een aardige oefening lijkt, vertel je hond dan duidelijk dat je blij met hem bent! ‘Dat is braaf’, maar dan ook niet te enthousiast, want dan zit je hond direct weer in je nek. Probeer in ieder geval meer te doen dan alleen wat mompelen. Zeg braaf op een rustige, maar blije tevreden toon.

En op een dag ontdek je ineens dat er rust in je hond komt, dat hij de oefeningen eigenlijk heel goed doet en dat je ineens de beste van de les bent. En nog belangrijker, dat je ineens een team vormt met je hond. Jij snapt hem en accepteert hem zoals hij is. En hij waardeert je omdat je hem begrijpt en omdat je hem respecteert voor wat hij is … een heerlijke hond, die soms wat over de top is, maar die altijd bereid is om wat voor je te doen!

Bron: NVBH